Je winkelwagen is leeg.
Geplaatst op 23-03-2026 door Marc Hut
Wie op zijn horloge kijkt vindt het maar heel normaal: een uur met 60 minuten waarvan elke minuut ook precies 60 seconden heeft. Jij en ik weten niet beter, het is altijd zo geweest, toch? Maar is dat ook zo? Wie heeft eigenlijk verzonnen dat een uur uit 60 minuten moet bestaan? Waarom hebben we niet gekozen voor bijvoorbeeld 100 minuten per uur en 10 uur per dag? Iets wat op papier veel logischer lijkt? Het antwoord ligt verrassend ver terug in de geschiedenis en begint niet bij moderne techniek, maar bij sterren, zonnewijzers en oude rekenmethodes uit Egypte en Mesopotamië!
Onze huidige tijdindeling is namelijk geen strak modern ontwerp. Ze bestaat is niet gisteren bedacht maar een compromis dat over duizenden jaren is gegroeid. Het gaat zelfs terug naar het oude Egupte waar de dag al werd opgedeeld in 24 uren. De Egyptenaren waren meesters in het voorspellen van de jaargetijden. Aan de hand van de stand van de sterren en ook zonnewijzers werden dag en nacht opgedeeld. Zo ontstond stap voor stap een dag van 24 uren. In eerste instantie waren die uren overigens niet altijd even lang, want zomeruren en winteruren konden verschillen. Pas later werd het uur een vaste, gelijke eenheid. Dit alles maakte het voor de Egyptenaren makkelijker om het overstromen van de Nijl, en dus de komst van een vruchtbare periode, te voorspellen.
Dat verklaart nog niet waarom een uur uitgerekend 60 minuten heeft. Daarvoor moeten we niet naar het Nijlgebied maar naar de bewoners van die 2 andere vruchtbare rivieren (Eufraat en Trigris) kijken: de Babyloniërs. Zij werkten met een zestigtallig getallenstelsel, ook wel het sexagesimale systeem genoemd. Waar wij gewend zijn om in tientallen te rekenen, rekenden de Babyloniërs in zestigtallen. Dat systeem bleek in de praktijk erg goed te werken voor o.a. astronomie en meetkunde. Het getal 60 laat zich namelijk heel gemakkelijk delen door 2, 3, 4, 5, 6, 10, 12, 15, 20 en 30. Precies daarin zit de kracht. Een uur van 60 minuten kun je zonder gedoe opdelen in een half uur, een kwartier, twintig minuten of tien minuten. Bij een systeem van 100 minuten wordt dat in veel dagelijkse situaties juist lastiger.
Die Babylonische invloed werkte later door in de astronomie. De Griekse astronoom Ptolemaeus beschreef in de Almagest een systeem waarin graden werden verdeeld in 60 minuten en die weer in 60 seconden. Dat principe werd later ook toegepast op tijdmeting. Zelfs de woorden 'minuut' en 'seconde' stammen uit die tijd. Ze komen voort uit Latijnse aanduidingen voor de eerste en tweede kleine verdeling. Wat ooit begon als een wiskundige manier om hoeken en hemelbewegingen op te schrijven, belandde uiteindelijk op klokken en horloges.
Eigenlijk leven we dus met een combinatie van twee oude erfenissen. Van de Egyptenaren kregen we het idee van de dag in 24 delen. Van de Babyloniërs kregen we de verdeling in 60 en opnieuw 60. Samen vormen die de structuur die we vandaag nog altijd gebruiken: 24 uur, 60 minuten, 60 seconden.
Toch is de vraag logisch of men dit later nooit heeft willen veranderen. Dat is wel degelijk geprobeerd. Tijdens de Franse Revolutie werd een poging gedaan om een decimaal stelsel in te voeren. Het plan was om de dag te verdelen in 10 uren, elk uur in 100 minuten en elke minuut in 100 seconden. Op papier was dat prachtig: netjes en volledig in lijn met de decimale geest van het metrische systeem. Het paste prima bij onze millimeters, meters maar ook bij gewichtseenheden zoals grammen, onsjes en kilo's. Er werden zelfs klokken en zakhorloges gemaakt met een decimale wijzerplaat. Maar in de praktijk werkte het niet. Mensen waren al gewend aan de oude tijdindeling, de samenleving draaide erop, en ook astronomie en navigatie waren diep verweven met het bestaande systeem. Het experiment hield dan ook geen stand.
En precies daar zit de echte reden waarom wij vandaag nog steeds 60 minuten in een uur hebben. Niet omdat het de enige logische oplossing is, maar omdat het een historisch slim systeem was dat goed werkte én diep in cultuur, wetenschap en techniek verankerd raakte. Zodra zoiets wereldwijd ingeburgerd is, verander je het niet zomaar meer. Tijd is niet alleen een rekeneenheid, maar ook een afspraak die door iedereen tegelijk gebruikt moet worden!
Voor liefhebbers van horloges maakt dat verhaal het extra mooi. Iedere minutenwijzer die over de wijzerplaat glijdt, draagt eigenlijk een paar duizend jaar geschiedenis met zich mee. In een modern polshorloge komen dus niet alleen techniek en design samen, maar ook sporen van oude sterrenkijkers, Egyptische zonnewijzers en Babylonische rekenkunst. Dat geeft iets ogenschijnlijk simpels als een minuut ineens veel meer betekenis.
Bronnen: